Instanties met onderzoeksbevoegdheden krachtens het Wetboek van Strafvordering
| Instantie | Rechtsgrondslag | Bevoegdheid / werkzaamheden |
|---|---|---|
| Officier van justitie | Artikelen 46, 193, 196, 219 en 246 van het Wetboek van Strafvordering | Leidt het onderzoek en houdt toezicht op de rechtmatigheid; kan het onderzoek of afzonderlijke onderzoekshandelingen verrichten. Dient een tenlastelegging in wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het formeel als verdachte aanmerken is geen exclusieve bevoegdheid van het openbaar ministerie: ook een onderzoeksinstantie kan dit krachtens artikel 219 doen, na melding aan de officier van justitie. |
| Onderzoekers | Artikel 52, lid 1, punt 1, en artikel 194, leden 1 en 2 | Onderzoeken de wettelijk toegewezen categorieën, met inbegrip van uitdrukkelijk genoemde strafbare feiten en aan hen toegewezen feitelijk en juridisch complexe zaken. Niet ieder ernstig opzettelijk strafbaar feit valt automatisch onder hun bevoegdheid. |
| Militaire onderzoekers en militaire politieambtenaren belast met onderzoek | Artikelen 399 en 405 | Militaire onderzoekers behandelen de zaken bedoeld in artikel 405, lid 1, waaronder strafbare feiten gepleegd door officieren. Buiten deze zaken verrichten militaire politieambtenaren het onderzoek krachtens lid 2. De militaire officier van justitie leidt het onderzoek en houdt daarop toezicht. |
| Politieambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken belast met onderzoek | Artikel 52, lid 1, punt 2, artikel 194, lid 3, en artikelen 196 en 219 | Onderzoeken zaken die hun krachtens het wetboek zijn toegewezen, onder leiding en toezicht van het openbaar ministerie. Zij kunnen iemand krachtens artikel 219 formeel als verdachte aanmerken; hiervoor geldt geen algemene uitsluiting. |
| Douane-inspecteurs belast met onderzoek | Artikel 52, lid 1, punt 2, en artikel 194, lid 3 | Onderzoeken de in artikel 194, lid 3, aangeduide douane-, accijns- en daarmee samenhangende belastingdelicten, met inachtneming van de uitzonderingen daarin. Zij moeten worden onderscheiden van andere douaneautoriteiten met beperkte bevoegdheden krachtens artikel 194, lid 5. |
| Onderzoeksinspecteurs van de Commissie voor corruptiebestrijding | Artikel 52, lid 1, punt 2, en artikel 194, lid 6 | Onderzoeken de aangelegenheden die krachtens artikel 194, lid 6, volgens het geldende recht aan hen zijn toegewezen. De bevoegdheid hangt af van het strafbare feit, de hoedanigheid van de betrokkene en eventuele toepasselijke overgangsbepalingen. |
| Staatsagentschap voor Nationale Veiligheid — operationele instantie, geen onderzoeksinstantie in de zin van artikel 52 | Artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering en de wettelijke bevoegdheden van het agentschap | Wanneer de dader onbekend is en aan de voorwaarden van artikel 215 is voldaan, verricht het agentschap opgedragen identificatie- en opsporingswerkzaamheden; zodra informatie over een bepaalde persoon beschikbaar komt, draagt het de stukken over aan de onderzoeksinstantie en stelt het onmiddellijk de officier van justitie in kennis. Dit verleent geen algemene status van onderzoeksinstantie en vervangt geen formele onderzoekshandelingen. |
| Rechtsbijstand is beschikbaar naargelang de procesrechtelijke hoedanigheid; bij vrijheidsbeneming ontstaat onmiddellijk het recht op toegang tot een advocaat. | ||
Rechtsgrond: Artikelen 46, 52, 193–196, 215, 219, 246, 399 en 405 van het Wetboek van Strafvordering.